- Karen VN

Over bloemetjes, bijtjes en gesmoorde Maja's

 

“Wanneer een bijenlarve haar volwassen stadium heeft bereikt, knabbelt ze het deksel van haar cel open om zich meteen onder de andere werksters van het volk te mengen. Vanaf dat moment zal ze, afgestemd op haar fysieke ontwikkelingen, verscheidene verantwoordelijkheden en taken in functie van het welzijn van de kolonie uitvoeren. Dit gaat door tot ze sneuvelt buitenshuis of tot haar vleugels zó opgebruikt zijn, dat ze niet meer vliegen kán.

Een bijenkolonie vermenigvuldigt, verplaatst en voedt zich als één geheel. Het is niet de individuele bij die zich voortplant, het is de kolonie.”

 

“Is me dat balen voor dat bijtje”, hoor ik mezelf zuchtend zoemen. Ik zit wel vaker te luisteren naar Charles, als hij zijn stukjes voorleest. Charles is gedragsbioloog. Zo lang ik aan deze kant van het raam blijft, hoef ik geen schrik te hebben voor zijn vrouw met de vliegenmepper. Ik zou mijn zondags uurtje natuurweetjes niet meer willen missen. Gezellig, zo bij het open raam in het zonnetje.

Het thema van vandaag kwam wel heel dichtbij. Eén stukje in het bijzonder zoemt na in mijn hoofd: “... tot ze sneuvelt of tot ze niet meer vliegen kán”.

Ik ken het bijtje waar het over ging maar al te goed. Ik ben dit bijtje gewéést.

Op een dag ben ik keihard tegen de koude aarde gesmakt. Mijn vleugels compleet kaduul, een knoop in mijn bijenmaag en niet langer in staat om geuren en kleuren te proeven. Mijn hele wereld zat gehuld in een verstikkende grijze mist. Hij zou wekenlang blijven hangen.

Ik had mezelf nooit zien eindigen als zo’n werksterbij, die hersenloos meevliegt in de zwerm. Ik dierf als kind al ingaan tegen gevestigde waarden, combineerde oude dingen tot iets nieuws, hield van verkennen en geloofde in idealen die verder droegen dan de muren van de korf. Ik was als larve niet bestemd geweest om een werkster te worden, nee, ik was verdomme een...een Maja! Ja! Ik was bestemd geweest tot een Maja De Bij, het ietwat koppige regelbrekende avonturiersterbijtje waar alle in-de- pas-lopende bijen zo een hekel aan hadden. Behalve ik, ik had een dikke boon voor Maja. Ik hield niet van in de pas lopen. Ik wist toen zeker dat ik ooit een Maja zou worden.

Het was niet zo gegaan.

Daar lag ik dan met al mijn vergane dromen tegen de grond geplakt, nooit iets gedaan wat niet van me verwacht werd, als een zoveelste nummertje in de onze veertigduizend goed getrainde soldaatjes tellende zwerm. Zelfs het uitgeput uit de lucht tuimelen had gevoeld alsof had ik het volgens de voorschriften gedaan.

Waar was die Maja toch gebleven? Wie had me die afgepakt, die opstandigheid, die innovatieve drang, die idealen? Wie had mijn pad beperkt tot vliegen tussen de korf en die jaar na jaar zelfde tuin vol afgelijnde perkjes met viooltjes en geraniums? Wie had mij beroofd van weiden vol wilde margrieten, vuurrode klaprozen en pluizige paarse distels ? Ik besloot te achterhalen aan de hand van een lijstje wie of wat die krapuleuze daad gesteld had en ‘hem’ of ‘het’ zijn vet te geven, mijn Maja terug te eisen. De woede laaide in me op, ik zou terugvechten. Mijn vleugels rechtten zich. De knoop in mijn maag zat er nog steeds, mijn buik voelde als een blok. Maar ik ging op zoek, en vloog langs elke potentiële schuldige op mijn lijst. Niets of niemand sloot ik uit van mijn onderzoek, ik haalde alle oude koeien uit de sloot en zelfs een aantal doden van onder de aardkluiten.

Veel resultaat leverde het niet op. Naam voor naam schrapte ik van de lijst. Ik kon ze niets ten laste leggen, buiten misschien het goedkeuren van mijn voorspelbare levensloop.

Met het schrappen van de namen werd de knoop in mijn buik hechter, zwaarder. Tot ik op een dag, na een zoveelste beenhouwersvlucht, zo onder zijn gewicht leed dat ik me op de top van de beukenhaag, ver van alle geroezemoes en bijengezoem, even een rustblaadje zocht. Ik keek naar de tuin, de geraniums en het kort gemaaide gras, en draaide me verdrietig om. Tranen dik als dauwdruppels rolden uit mijn ogen, ik wist het: ik zou Maja nooit weervinden.

En toen zag ik haar. Zonovergoten. Ze was fleuriger dan in mijn kleurrijkste dromen en geurde bonter dan het volste boeket. De margrieten staken hun snoeten naar de zon, klaprozen flapperden in een bries en krekels kaartten op de kop van een dikke distel. Mijn wilde weide! Hier, gewoon aan de andere kant van de haag!

Een hevige gloed vulde mijn borst maar de knoop in mijn bijenbuik trok tegen. Ik zou hebben willen free-diven en tegelijkertijd zei iets me twee vleugelslagen in achteruit te gaan. Snel draaide ik mijn neus terug naar de tuin, die me ineens wat aantrekkelijker voorkwam. Maar hoe langer ik naar de tuin keek, hoe meer de gloed in mijn borst dimde en plaats maakte voor een klomp koude klei. Wat had ik toch?

Ik staarde voor me uit. Nooit was ik tot boven op de haag gekomen, ik was steeds mooi op de banen gebleven die een ander al had doorvlogen. Nu zat ik hier, met mijn droom een halve slag verwijderd, en ik verstarde?

“Nou, dit zou Maja wel anders hebben aangepakt! Maja zou al lang naar beneden gedoken zijn! Ze zou met de krekels een potje Black Jack spelen, zich te zonnen leggen op de margrieten en jou, jou ze een schop voor je kont geven! “ Ik zette mijn geroep kracht bij met een stevige zwaai van mijn voet tegen een denkbeeldige bijenkont. Zo luid kwam ze ineens tevoorschijn. Van diep uit mijn buik was ze daar, Maja.

Weg was de knoop.

Ik glimlachte en stak parmantig mijn angel achteruit. In grote letters schreef ik een laatste naam op mijn lijst der schuldigen: de mijne. Ik trok er een grote kring rond en liet het lijstje achter op de top van de beukenhaag, om dan met een luide gil het wilde bloemenkleed in te duiken.

 

Met dank aan Annelies Quaegebeur, die me mijn innerlijke saboteur liet zien en me hielp hem achter te laten. Zoemen smaakt weer zoet.

 

Karen VN

Voor A-Lissome

 

Over de auteur

Ik ben Karen en heb net een enorme stap durven zetten in mijn loopbaan. Na een 8 jaar platgetreden paden te hebben gevolgd, met lof en goedkeuring van de buitenwereld en nochtans de nodige titels te hebben gekregen, ontstond er diep in mij een enorme ontevredenheid. Ik was ook voortdurend uitgeput. Het heeft even geduurd eer ik doorhad dat ik eigenlijk zelf op mijn eigen deur stond te bonken. Loopbaanbegeleiding heeft me enorm geholpen om te kijken waar de ontevredenheid in geworteld zat. Mijn waardepatroon werd weer duidelijk, en ik durfde er ook weer voor uitkomen, al ging dat wel eens tegen gevestigde waarden in. Ik leerde vaardigheden niet langer gelijk te schakelen met talenten. Ik kreeg te zien waar mijn energielekken zaten, en kreeg zo de wapens om de situatie om te draaien.

Ik heb gekozen me te gaan toeleggen op dat waar ik echt in zou willen openbloeien, of daar nu titels aan verbonden zijn of niet. Job inhoud en werkomgeving, da's waar ik nu voor ga.

En in mijn eigen tijd? Dan schrijf ik al wel eens wat. Want daar laad ik me helemaal aan op.

 

#zelfsabotage #succes #testimonial